EPBD IV geldt nu: moet jouw gebouw laadpalen krijgen?
26 augustus 2026

Sinds 29 mei 2026 geldt in Nederland EPBD IV, de vernieuwde Europese gebouwenrichtlijn. Voor veel gebouweigenaren en wagenparkbeheerders staat daar een verplichting in die er eerder niet was: laadinfrastructuur bij je gebouw. Voor bestaande panden gaan de eisen in op 1 januari 2027. Die datum komt dichterbij dan de meeste eigenaren nu denken.
Voor RVO schreef ik vanuit it’s electric de landelijke handreiking hierover. Hieronder leg ik in gewone taal uit wat er verandert, en je kunt met vier vragen zelf nagaan of het jou raakt.
Wat EPBD IV verandert
EPBD IV is in Nederland verwerkt in het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl). Het scherpt de eerdere regels aan met strengere eisen en nieuwe drempelwaarden. Voor het eerst gelden er ook eisen aan woongebouwen. Slim laden is niet langer optioneel. Bij nieuwbouw, bij ingrijpende renovatie en zelfs bij bestaande bedrijfspanden komen er eisen aan laadpunten en aan de bekabeling ernaartoe.
Geldt het voor jouw gebouw?
Dat hangt af van het type gebouw (kantoor, ander bedrijfspand, woongebouw of overheidsgebouw), van de situatie (nieuwbouw, ingrijpende renovatie of bestaande bouw) en van het aantal parkeerplaatsen dat erbij hoort. Samen bepalen ze welke eis je treft.
De situaties die ik in de praktijk het vaakst tegenkom:
- Een nieuw of ingrijpend gerenoveerd bedrijfspand met meer dan 5 parkeerplaatsen heeft minimaal 1 laadpunt per 5 plaatsen nodig, plus voorbekabeling voor ten minste de helft van de plaatsen en leidingdoorvoeren voor de rest.
- Voor kantoren ligt de lat hoger: 1 laadpunt per 2 parkeerplaatsen. Zit er een kantoorfunctie in een bedrijfspand, dan trekt die de strengere eis over het hele gebouw.
- Een bestaand bedrijfspand met meer dan 20 parkeerplaatsen moet vanaf 1 januari 2027 minimaal 1 laadpunt per 10 plaatsen hebben of leidingdoorvoeren voor de helft, geschikt voor slim laden.
- Nieuwe en ingrijpend gerenoveerde woongebouwen met meer dan 3 parkeerplaatsen krijgen voorbekabeling voor minstens de helft van de plaatsen. Bij nieuwbouw hoort daar ook minimaal één laadpunt bij, bij renovatie niet. Voor bestaande woongebouwen geldt voorlopig niets.
- Zit er een woonfunctie in je gebouw, bijvoorbeeld appartementen boven winkels, dan vallen alle parkeerplaatsen onder de lichtere woonregels.
Let op: dit zijn minima, naar boven afgerond. Het bevoegd gezag, meestal de gemeente, beoordeelt per situatie.
Doe de check in vier vragen
Geen rekenwerk, geen meterkast, geen tekening erbij. Vier vragen die je uit je hoofd beantwoordt. Liever meteen een uitkomst? Doe de Laadplichtcheck, dezelfde vier vragen, direct een datum.
- Is je pand iets anders dan een woongebouw? Dus een kantoor, bedrijfshal, winkel, praktijk, school of distributiecentrum.
- Horen er meer dan 20 parkeerplaatsen bij het pand? Plaatsen die leegstaan tellen gewoon mee. Plaatsen die alleen voor laden en lossen zijn, tellen niet mee.
- Ga je nieuw bouwen of ingrijpend renoveren?
- Is het pand tussen 28 mei 2022 en 28 mei 2024 gerenoveerd?
Wat je antwoorden betekenen:
- Ja op vraag 3: de eisen gelden nu al, sinds 29 mei 2026. Bepalend is de dag waarop je de omgevingsvergunning aanvraagt, niet de dag waarop je oplevert.
- Ja op 1 en 2, nee op 3 en 4: jouw datum is 1 januari 2027.
- Ja op 1, 2 en 4: jouw datum is 1 januari 2029. Je hebt twee jaar extra, omdat je pand in de overgangsperiode is gerenoveerd.
- Nee op vraag 1 en nee op vraag 3: je hebt een bestaand woongebouw en daarvoor geldt op dit moment niets.
- Ja op 1, nee op 2 en nee op 3: onder de 20 parkeerplaatsen ligt er nu geen laadpuntverplichting bij een bestaand pand.
Wat deze check bewust niet doet: hij zegt niet hoeveel laadpunten je nodig hebt, of het op je netaansluiting past en wat het kost. Dat hangt af van je aantal plaatsen, je aansluiting en je wagenpark, en daar zijn vier vragen te weinig voor. Wil je dat wel weten, dan reken ik het voor je door.
De datums die door elkaar worden gehaald
Hier gaat het in de praktijk het vaakst mis. Bouw je nieuw of ga je ingrijpend renoveren, dan gelden de eisen van EPBD IV al sinds 29 mei 2026. Niet pas in 2027. Bepalend is de dag waarop je de omgevingsvergunning aanvraagt. Is die aanvraag vóór 29 mei 2026 gedaan, dan val je nog onder de oude regels.
Staat je pand er al en verbouw je niet? Let dan op drie momenten:
- Sinds 1 januari 2025 hoort er bij meer dan 20 parkeerplaatsen al minimaal één laadpunt te zijn. Die eis komt uit EPBD III en wordt vaak over het hoofd gezien.
- Vanaf 1 januari 2027 wordt dat 1 laadpunt per 10 plaatsen of leidingdoorvoeren voor de helft.
- Vanaf 1 januari 2029 geldt die eis pas, als je pand tussen 28 mei 2022 en 28 mei 2024 is gerenoveerd.
Wie nu een bouwplan in voorbereiding heeft, moet per vergunningaanvraag nagaan of het plan aan de nieuwe eisen voldoet. Dat is geen detail. De eisen worden getoetst bij de vergunning en een plan dat er niet aan voldoet is later niet zomaar te herstellen.
Vier uitzonderingen die vaak worden gemist
- Recent gerenoveerd geeft uitstel. Is je pand tussen 28 mei 2022 en 28 mei 2024 gerenoveerd, dan schuift de eis van 2027 op naar 1 januari 2029.
- Hotels en andere logiesgebouwen vallen bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie buiten de eis. Staat het pand er al, dan geldt de eis voor bestaande bouw wel gewoon.
- Gebouwen die niet verwarmd of gekoeld worden voor personen vallen bij nieuwbouw en ingrijpende renovatie buiten de eis. Denk aan een onverwarmde loods of opslaghal. Dat is precies het soort pand waar een wagenpark staat, dus dit is het narekenen waard.
- De tien-procent-regel bij ingrijpende renovatie. Kosten de laadpunten en de leidingen meer dan tien procent van de totale renovatiekosten, dan vervalt de verplichting. Kom je die regel ergens tegen met zeven procent, dan lees je een verouderde tekst. Zeven procent was de oude norm.
Elk van deze vier moet je kunnen onderbouwen richting het bevoegd gezag. Aannemen dat je eronder valt is iets anders dan aantonen dat je eronder valt.
Wat je zelf opzoekt, klopt vandaag nog niet overal
Een praktische waarschuwing. De bekende naslagpagina’s over dit onderwerp lopen achter op de wetswijziging. Op het moment van schrijven staan er nog drempels van meer dan tien parkeerplaatsen en de oude formulering “ten minste een oplaadpunt”, en het Informatiepunt Leefomgeving meldt zelf dat het wijzigingsbesluit nog niet verwerkt is.
Zoek je dus even op wat er voor jouw pand geldt, dan is de kans reëel dat je het antwoord van vóór 29 mei 2026 leest. Ga voor de zekerheid uit van de tekst in het Bbl zelf, of van het overzicht hierboven.
De laadpaal is je kleinste probleem!
In de praktijk struikelt bijna niemand over de laadpaal zelf. De echte bottleneck is de netaansluiting. Veel bedrijventerreinen zitten aan de grenzen van netcongestie. De reflex is dan: “dan kan het niet.” Onterecht. En het ontslaat je ook niet van de verplichting. De vraag is dan wat er wél kan. Leidingdoorvoeren aanleggen of kabels leggen bijvoorbeeld, zodat de laadpunten erbij kunnen zodra er ruimte op het net is. Dat is geen omweg om de regel heen: de norm noemt doorvoeren en voorbekabeling zelf als route, naast de laadpunten.
Met slim laden, zoals Dynamic Load Balancing, verdeel je het beschikbare vermogen over je laadpunten op basis van wat er op dat moment nodig is. Zo laad je vaak veel meer op je bestaande aansluiting dan je denkt, zonder dure netverzwaring. Combineer dat met zonnepanelen of opslag en er kan nog meer. Slim laden is onder EPBD IV trouwens verplicht. Juist die verplichting is bij een krappe aansluiting je redding.
Hoe je het goedkoper doet
Laadinfra los aanleggen omdat het “moet” is de duurste route die er is. Het scheelt geld om de verplichting te koppelen aan je bredere plan.
Combineer het met de elektrificatie van je wagenpark, dan dient de investering ergens voor. Doe bij nieuwbouw meteen meer dan het minimum, want voorbekabeling nu is bijna altijd goedkoper dan later openbreken. En kijk naar subsidie: voor private laadinfra bij bedrijven bestaat bijvoorbeeld SPRILA, vanaf 4 laadpunten en inclusief laden op eigen terrein. Budgetten zijn beperkt, dus op tijd zijn is alles.
Wat ik voor je doe
Ik vertaal de EPBD IV naar jouw situatie. Valt je gebouw eronder, hoeveel laadpunten heb je nodig, past dat op je netaansluiting en welke subsidie past erbij? Van de eerste toets tot een plan dat klopt en zichzelf terugverdient. Dat werk zit bij laadinfrastructuur en energieadvies.
Zit je met een gebouw of wagenpark waar EPBD IV gaat spelen? Ik adviseer je graag, dus neem vooral contact met me op.
Are you ready to enter the zero-emission challenge?
Waar dit op gebaseerd is
De eisen in dit artikel staan in het Besluit bouwwerken leefomgeving: artikel 4.160b voor nieuwbouw en ingrijpende renovatie, artikel 3.87b voor bestaande niet-woongebouwen, artikel 3.87d voor het uitstel tot 2029 en artikel 5.21c voor de tien-procent-regel. De wijziging is gepubliceerd in Staatsblad 2026, 103.
De landelijke Handreiking Laadinfrastructuur bij gebouwen (EPBD IV) voor RVO en NKL Nederland heb ik in 2026 geschreven en het project geleid, van inhoud tot afstemming met de klankbordgroepen.
Dit artikel is algemene voorlichting en geen juridisch advies. Het bevoegd gezag beoordeelt per situatie en voor de exacte tekst geldt het Bbl.